Op kostschool in Brussel (1884)

‘Madame is adorable, ik houd zoo dol veel van haar; soms kan ik niet begrijpen dat er meisjes zijn, die zeggen dat ze Madame niet erg aardig vinden.’

Wout zit, ter voorbereiding op haar volwassen leven, op kostschool bij de dames Baudin-Amiet in Brussel. Een statig huis, waar ze met zo’n vijftien andere meisjes les krijgt in allerlei nuttige en praktische zaken.
Drie maanden lang heeft ze een dagboek bijgehouden. Een prachtig inkijkje in de belevingswereld van een achttienjarige en de tijdgeest (1884).
Ze schrijft over wie ze ‘dol’ vindt, welke lichamelijke ongemakken haar hinderen en hoe ze twijfelt over de liefde van ene Henri Hacke. Lees “Op kostschool in Brussel (1884)” verder

Een reisverslag uit 1874

Een schriftje, waar de eerste 17 pagina’s zijn gebruikt voor een reisverslag.  Maar wie heeft dit geschreven en hoe zag de context eruit?
De tekst geeft enkele aanknopingspunten:

1.  Wanneer
“De dag waarop wij vertrokken was vrijdag 20 februari”

Gezien de beschrijvingen in het verslag over Parijs en het feit dat 20 februari op een vrijdag viel, moet dit 1874 zijn geweest.

2.  Wie
“De oorzaak, dat wij nu een reis ondernamen was vooral gelegen dat de broer van Tienhoven ziek in Pau was”
“Ons reisgezelschap bestond uit Tienhoven, Marie , Willem en ik. Te Utrecht kwam mevrouw Winkler bij ons, die de reis zou meemaken, wij waren dus met ons 5.” Lees “Een reisverslag uit 1874” verder