Huldeboek voor Wout

Dit gedenkboek geeft een fraai inkijkje in het leven van mijn overgrootmoeder Wout. In totaal zijn 130 pagina’s gevuld met bijdragen van familie, vrienden en kennissen. Van nietszeggende teksten tot onleesbare krabbels, van zeer informatieve tot zeer persoonlijke boodschappen en van primitieve tekeningen tot foto’s vol nazaten.

… op liefdevollen & toch doortastende wijze, met nooit verflauwende energie en onuitputtelijk geduld ….

Drie informatieve bijdragen:

Herinneringen van Dolly Portheine Vlaanderen

Dolly Portheine - Vlaanderen

(Dolly was een vriendin van haar dochter Chris)

In de gezellige dagen van weleer,
Gebeurde het zoo menig keer,
Dat ik aanliep op de gracht,
Of buiten in Baarn werd verwacht.
Aan zoveel dagen bij U doorgebracht,
Worden in mijn leven met liefde gedacht.
Ik kwam dan wel voor Chris als vriendin, (dochter Chris is geboren in 1900)Maar mijn gehechtheid behoort aan ’t geheele gezin.
En dan speciaal aan het ouderpaar,
Die mij welkom toch heeten, zoo menig jaar.
Veel heb ik dikwijls in later tijden,
Gehad aan den invloed van U beiden.
Uw rustige, evenwichtige hartelijkheid,
En mijnheer’s blijde vroolijke gulheid.

Toen Chris en ik nog waren twee blagen,
Hadden wij veel over schoolpijn te klagen.
Baarn was dan ook een waar eldorado,
We vergaten daar zalig al ons schoolwerk die …
Mijnheer Hacke tracteerde op taartjes en ijs,
Onze magen waren dan vaak van de wijs.
Ook uit de moestuin snoepten wij graag,
Johannes en Frans van Geer fungeerden vaak als plaag. (Frans is later getrouwd met Woutje)
Johannes liet morellen mij eten,
Dat was een smaak om nooit te vergeten.
Alleen zooals Mevrouw ze wist klaar te maken,
Lieten wij ze ons wel heerlijk smaken.
Ook Frans van Geer kon ontzettend plagen,
Maar we konden ’t van hem nog wel verdragen.
Mevrouw ging altijd zoo rustig haar gang,
Hield het grooten huishouden zoo kalm in bedwang.
Kippen, kalkoenen, er was zoveel te verzorgen,
Mevrouw was altijd bezig van vroeg in den morgen.
Verder was ’t er een waren zoeten inval,
Gasten kwamen dan ook zonder talm.
Ik geloof dat ik daar ook altijd honger had,
En dan stond ook op tafel een bloemenschat.
O wat waren de kassen een grooten prestatie
Van zooveel orchideën, en zoveel variatie.
En altijd wist de gastvrouw een sfeer ons te schenken,
Dien wij ons, ons leven steeds zullen herdenken.
Als je werkelijk moeite en zorgen hadt,
Dan wist U stil te raden, te helpen en waart dan zoo’n schat!
U bent zooveel voor mij in ’t leven geweest,
Men gedenkt het, op speciale tijden natuurlijk het meest,
Maar al kwam ik soms weinig de laatsten jaren,
Mijn herinnering zal alles van U steeds dankbaar bewaren.
’s Avonds zaten wij samen in de serre groot en licht,
Met een spelletje patienten, een bridgen, maar van ’t meeste gewicht,
Was voor ons het spelletje ’t Freezertje (staat dat er?) geheeten,
Waarbij gezellig gelach de avond mee werd gesleten.
Maar werd het bridgespel zwaar beoefend,
Dan was ’t voor sommigen hard beproevend,
De familie Hacke was daarin expert,
En al het andere was daarbij dan ook snert.
De problemen liepen tot ver in de nacht,
Op de soos werd er daags nog van gewacht.
Op ’t biljart lag soms ook een puzzle door elkaar,
Die kwam wel zeker in geen dagen klaar.

Toen zou een auto op de proppen komen,
En er werd dan ook zonder schroomen,
Gebouwd een garage met woning, wat een feest,
Maar chauffeur, noch auto, zijn er ooit in geweest.
Doch daarom was het nog geen nood,
De garage was gelukkig voor een auto ‘heel groot’
Zoodat toen Woutje en Frans met spruiten daar konden tieren,
En als zij er waren dan was ’t altijd groot plezieren.
Van Woutje ging iets bijzonders uit als persoon,
Véél vroolijks, véél hartelijks, zonder veel vertoon,
Haar kinderen kunnen helaas niet meer beleven,
Het vele warme dat ze anderen heeft gegeven. (Woutje is op 36e jarige leeftijd in 1924 overleden)
Ook kon zij zalige appelpudding maken,
En zouten amandelen die Chris en ik ons lieten smaken.
’t Grappigste was, als de inmaak kwam,
Dan sloeg de voorraad groenten en fruit je bijna lam.
Mevrouw Treezen (staat dat er?) had zich ook aangeboden, het werk te bespoeden,
Maar dat kwam aan de boontjes niet zeer ten goede.
Dus werd haar … voor het klavier geplant,
En galmden, dat zelfs ’t doperwten (…) zich maakte van kant.
Toch waren het zalige dagen met veel beleven.
We lachten wat af, en dat is toch leven.
En ’s avonds was weer alles aan kant,
En stond tal trotsch als trouwsten trawant.
Doch eens o griezelige consternatie,
Toen kwam er een boef met een smerig facie,
En heeft de heele kelder van zijn inhoud beroofd,
Terwijl allen rustig sliepen, ’t is haast ongeloofd.
Een andere figuur uit die blijde dagen,
Was tante Leen, die wij zoo graag zagen.
Wat deed ze ons meisjes toch reusachtig goed,
Met haar opgewektheid, en ook haar levensmoed.
Goeie, lieve, vroolijke, Tante Leen, (overleden in 1923)
Na zooveel verdriet, en zoveel geleën.
En dan de dinertjes bij Blij,
Wat waren die gezellig en vrij.
Eens hebben wij de maneschijn bewonderd,
En Blij moest wel mee, al vond hij ’t bedonderd.

Toen Chris negentien werd was ons eerste echte feest. (in 1919 dus)
We kregen bouquetten en genoten om ’t meest.
Voor ’t eerst een echt bal met souper,
En ’t huis geheel overhoop, de hall een bloemenzee.
En zitjes tusschen palmen hier en daar,
We vonden het zalig en we bleven maar,
Tot het te bar werd, en mijnheer vond, nu heb ik er genoeg van,
Maar ’t plezier was zoo groot, aan weggaan geen mensch dacht eraan.
Onze arme koetsiers moesten drie uur wachten, tusschen slapen en waken,
Zoo bont hebben we ’t dan ook nimmer meer kunnen maken.
Als Chris trouwt zei mijnheer, nu dan wordt het een festijn. (Chris trouwt in januari 1923 in Baarn)
Maar helaas den vader is niet meer bij kunnen zijn. (Henri overlijdt oktober 1922)
Toch met heel veel energie en moed,
Maakte Mevrouw die dagen zoo ongelooflijk goed.
Van zolder werd het grooten blauw servies genomen,
Al ’t zilver gesorteerd, een bloemenpracht is er gekomen,
En toen van de feestlijkheid gegaan was elkeen,
Bleef Mevrouw met Johannes zoo heel alleen. (Johannes trouwt in september 1935 met Connie)
Daar volgden nog héél wat moeilijke dagen
Maar Mevrouw hield de wil om ze moedig te dragen.
En nog eens aan Aaltje een woord van hulde
Die met zooveel liefde, en soms gemopper op ons, haar taak vervulde.
En nu aan de jarige een woordje alleen,
Zoolang wij leven vergeet U niet één.
Als een groot teeken kan boven uw leven staan,
Gij hebt uw soms zware taak blij en manmoedig gedaan
En kondt door die kracht voor anderen veel wezen,
In uw levensboek, was op elke bladzijde een daad te lezen.

Uwen U liefhebbende
Dolly Portheine Vlaanderen

(verre achter)nicht Wilhelmina Swens – van Tienhoven (1890-…)

A is Ameide, de bakermat van het geslacht
Een bof voor die plaats dat zooveel illustres heeft voortgebracht
A is ook A.B. van Tienhoven (de oude) in den omgang merkte men alras
Dat hij niet een van de gemakkelijksten was
B is de Burgemeester van ’t aloude Werkendam
Waar in de loop der jaren menig Tienhoven vandaan nog kwam
C is het versche Cadetje, waar Aart zoo moedig voor vecht
Voor velen in ’t land een pretje, wordt het pleit in zijn voordeel beslecht
D is Dominee Kerkhof, hij werd 100 jaar oud
Hij heeft de jubilaresse gedoopt en naar ‘k meen ook getrouwd
E is de Eenvoud zoo oprecht door haar bedoeld
Vandaar dat ieder zich thuis bij haar voelt
F is de Fransche School van Juffrouw Moquette
Die, très sévère, de kinderen goed op leerde lette
G is de Gulheid, waar veel van valt te leeren
Wat veel moeilijker is dan er van te profiteeren
H is het Huishoudtalent dat zich reeds openbaarde
Toen zij als kind de provisiekastsleutel in haar schooltasch bewaarde
I zijn de Idealen, ze geven u eeuwige jeugd
Ze geven een welbesteed leven, ze geven u vreugd
J is Jaantje Piek; ze kwam als logée
Maar telde al spoedig als huisgenoot mee
K zijn de Kleinkinderen, die haar zoo vereeren
Terecht want ze weet ze steeds heel veel nog te leeren
L is Lijze Kee, een nicht in Ameide geboren
Haar naam klinkt ons nu ietwat vreemd in de ooren
M is Mina Piek die Werkendam trouw is gebleven
Toen haar zuster vertrok naar het grootsteedsche leven
N is het Nieuws dat de toekomst houdt verborgen
Dat het veel moge zijn: veel geluk, weinig zorgen
O is de Optocht van de huwelijksboot, die door ’t dorp deed de ronde
Mij dunkt zooiets zal de bruigom wel merkwaardig hebben gevonden
P zijn de Puzzles; voor uw roerige geest
Is de oplossing daarvan steeds een vreugde geweest
Q is het Quadraat van het geluk dat u is beschoren
Tenminste als het zich gedraagt naar behooren
R zijn de Redevoeringen, uitingen van ’t innig verband
Dat bij u bestaat tusschen hart en verstand
S is Saanen, waar ‘Hoog Blijdenstein’ door u zoo voortreffelijk wordt beheerd
Dat niet alleen de gasten maar ’t heele dorp u waardeert
T zijn de Tienhovens met hun goede en kwade eigenschappen
Maar daarvan wil ik zelf niet te veel verklappen
U zijn de Ulevellen aan wier zijn dit doet denken
Ik stel uw aandacht op prijs, die u er aan heeft willen schenken
V is Vianen met de kostschool van juffrouw Spit
Die maakte u voor de maatschappij fit
W is Werkendam gelegen aan de rivier
Wat hadden ze in hun jeugd daar een plezier
Nu valt er niets meer te beleven
Maar de herinneringen namen ze mee in ’t leven
X de Groote Onbekend waar niemand van weet
Uw keuze is zeker: sta altijd gereed
Y ij het Ijs dat vroeger soms de rivier kon bedekken
Zoodat men te voet hem daar over kon trekken
Z is de Zeventig Jarige Lang moge zij leven
Tot vreugde uwen haar kind’ren, kleinkinderen, nichten en neven.

Dochter Marietje Oudemans – Hacke
J.S.M. Oudemans - Hacke 1930
J.S.M. Oudemans – Hacke 1930

Als slotwoord schrijf ik niet meer over uwe onverflansde liefde voor uwe medemenschen, doch over de onverflansde liefde van
3 groote Liefhebberijen

In de eerste plaats de kippen, die wat er ook gebeurde, nooit werden vergeten. Zóó goed hadden ze het, dat er eens een in Februari ging broeden “als dank”. Ze kreeg een warm zolderhoekje op
Heerengracht 518!

Dan de Loterijen en de Prijzen!
Een tuinameublement, een Promenadewagen of een brahmapoetra toom, dat was nog heel gewoon.
En wat hielp ten klooster toch goed mee
Ook dat hij zelf zoo graag een gokje deed

Ook voor de bronnen hebt u een zwak
Als ieder ander slaperig aan ’t ontbijt verscheen,
Zei u met een opgewekt gezicht:
“Mijn dag is alweer goed vandaag,
Want ik dronk al een glaasje op mijn nuchtere maag”
Baden Baden, Homburg, Marienbad, Mondar.. Wiesbaden, Spa of Wildbad,
Warm of koud, bitter of zout, dat komt er niet op aan
Als je maar voor 7 uur naar de bron kunt gaan.

Moeder, wij wenschen ons allen toe, dat nog vele onzer feestdagen met u, op den dag zelve worden herdacht.

(zo moeder zo dochter blijkbaar, want in de eerste twee Liefhebberijen herken ik Marietje zelf helemaal!)

 

Daarnaast zijn er nog veel teksten om later iets mee te doen. Zoals ‘Bezique gespeeld met kracht’.
Wordt vervolgd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *