Gezin van Jaap Zimmerman

NLMD02_Z-00343-IV-001, 06-09-2007, 08:45, 8C, 4504x3432 (598+2465), 100%, LMzw, 1/100 s, R55.0, G36.6, B44.8

Johan Carl Zimmerman (1828-1888)

Getrouwd met Suzanna Jacoba Vrolik (1832-1874). Begonnen als makelaar in suiker (Zimmerman en Croockewit – kantoor van zijn oom), heeft hij zijn werkveld in de loop der jaren uitgebreid naar bankierszaken, College Gedeputeerde Staten Noord-Holland, Commissaris bij de Nederlandse Bank, etc.

Daarnaast ‘verwierf hij zich naam als beoefenaar der Nederlandsche letterkunde en zijn huis was verzamelplaats van vele beroemde letterkundigen uit die dagen’, was hij redacteur van de Gids en uitgever van de werken van Potgieter.
Ook was Johan Carl nauw betrokken bij de Rijksacademie (vanaf de oprichting in 1870 secretaris en acht jaar later voorzitter van de Commissie van Toezicht). Zijn dochter Antoinette heeft hier les gehad (zie hieronder).

Johan Carl is geboren in Jalie boven Tanabang (Oost-Indië). Zijn moeder heette ‘Sinija’,  maar lang is hij niet onder haar vleugels geweest:

AE over zijn vader JC opvoeding

Johan Carls’ zoon August Eduard (zie hieronder) heeft diverse verhandelingen (zie Bronnen) geschreven over zijn voorouders, waar deze informatie uit komt. Zo ook onderstaande tekst, uit het dagboek van zijn vader Johan Carl, waar hij belangrijke gebeurtenissen in opschreef, zoals:

‘… trof mij de bitterste slag mijns levens door het onverwachte overlijden van mijne innig geliefde, mijne beste, goede vrouw. Zij ontviel mij na eene hevige plotselinge benauwdheid, het gevolg eener hartkwaal, in de ouderdom van 42 jaren.’

Hij is niet hertrouwd en heeft de opvoeding van zijn acht kinderen zelf gedaan? Wellicht was er een huishoudster? Zijn zoon August Eduard meldt hier niets over. (Nog checken hoeveel personeel ze in huis hadden ….)

Zimmerman Johan C

(ook een zijweg: in het Nationaal Archief zijn diverse brieven van Johan Carl en Suzanna Jacoba te vinden. In haar brieven aan oom Agnites Vrolik (rond 1871) omschrijft ze haar man steevast als ‘Zimmerman’. Het lijkt wel of dat toen mode was, om je man bij de achternaam te noemen .., Marie van Tienhoven doet dat ook over haar man Gijsbert)

 

Ze kregen 9 kinderen:

1  Antoinette Frederika Johanna (1854-1887)

Antoinette is getrouwd met freiherr Dr. Eduard von Bamberg (in Weimar) in 1882. Dit huwelijk bleef kinderloos. Voor haar trouwen heeft ze op de Rijksacademie gezeten in de ‘damesklas’, samen met Arina Hugenholtz, Alida Loder en Wally Moes (deze informatie komt uit de memoires van Wally Moes.)

 

2 Willem Theodoor Cornelis (1857- 1908)

Hij is getrouwd met Helene Sophie Caroline Humburg (1863-1929) en was koopman. Daarnaast bankier met zijn eigen firma Zimmerman & Co (opheffing/surseance in 1897). Bij zijn dood was hij lid van de firma Waller en Plate (iets met Indie te maken, maar wat …. archief bij Nat.Archief Den Haag). Ze hebben drie kinderen gekregen.

3 Jacob Johan Septimus Robert Jaap (1860-1915)

Zijn vader schreef in zijn dagboek over zijn geboorte:

‘het kindtje was heel klein en teêr, daar het 6 à 7 weken te vroeg was gekomen, maar zag er gezond uit. Mijne lieve vrouw had van 22 February thuis gezeten en wij hadden ons zeer ongerust gemaakt, zoodat ik innig dankbaar was, dat de bevalling zoo goed was afgeloopen. Zondag 18 november werd ons kind in de Amstelkerk gedoopt door Ds. I.G. Schuuring en ontving daarbij de namen van Jacob Johan Septimus Robert, zijnde mijne vrouw en ik de peeten’.

Denkelijk ‘Septimus’ omdat hij op de 7e geboren is. Wel frivool van zijn ouders om ook een niet-vernoemde naam te gebruiken. Of zou er ergens in het verleden, een voorvader zo genoemd zijn?
Meertens instituut: er zijn totaal 9 jongens die als tweede naam ‘Septimus’ hebben.

Jaap is in zijn jeugd nog al eens verhuisd binnen de grachtengordel van Amsterdam  (zijweg: waarom eigenlijk?):
1860: geboren op de Prinsengracht 257 – tegenover het Gerechtshof
1862-1872: Keizersgracht 401 (was 462) tegenover het Molenpad, gevelsteen ‘Marseille’
1872-1879: Keizersgracht 162 bij de Leliegracht (later VU)
1897-1883: Keizersgracht 258 bij de Reestraat (zijn vader is daar tot zijn dood in 1888 blijven wonen).

In september 1883 is Jaap op zijn 23e vertrokken naar Oost-Indië. Hij heeft niet gestudeerd, noch in dienst geweest (ontheffing wegens broederdienst).
Wat hij daar gedaan heeft – een Grand Tour of iets in de handel? – is nog een uitzoekklusje :). Hij staat niet vermeld in de Naamlijst van Europeesche inwoners van Ned. Indië.   Er woonden toentertijd een aantal Zimmermannen in Batavia, Semarang, Goeboek, Soerabaya en Celebes. Maar waar stond oom

In april 1886 is hij teruggekeerd en intrek genomen op de PC Hooftstraat 127 (‘bij Mulder’) in Amsterdam. Daar woonde hij samen met zijn neef Johan Jan s’ Jacob (1859), die ingenieur was.

In 1889 trouwt hij met Magdalena van Tienhoven van den Bogaard – Leen.

Jaap overlijdt in de Boerhave kliniek te Amsterdam op 17 december 1915. De Telegraaf schrijft ‘de zware ziekte heeft hem verrast’ en het Handelsblad heeft het over ‘een langdurige ziekte’. Wat zou het zijn geweest? Kanker, Spaanse griep, geslachtsziekte, tbc, of …?.
Hij werd op de 21e ‘onder groote deelneming op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Watergraafsmeer, in het graf waarin zijn oudste zoon rustte, begraven. Zowel de Telegraaf als het Algemeen Handelsblad besteedde er aandacht aan. De begrafenis was om 12 uur ’s middags en in de avondeditie van AH stond reeds het verslag!

Zimmerman JJSR begrafenis Telegraaf   Zimmerman JJSR begrafenis Handelsblad

De NRC weidde er geen aandacht aan, maar elders in de krant stond:
De gemeentereiniging (Rotterdam) heeft heden ongeveer 6 a 700 man voor den geheelen dag in dienst genomen, voor de sneeuwruiming, waaraan ook het geheele vaste personeel heeft gewerkt’.

4 August Eduard (1861-1926)

zimmerman AE broer

Hij was getrouwd met baronesse Jacoba Elisabeth van Rhemen van Rhemenshuizen en o.a. burgemeester Hoorn (1891-1904), Leeuwarden (1904-1911) en Zutphen (1911-1917) en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Ze kregen vijf kinderen.

Hij hield ook van schrijven: over zijn tochten naar Oost-Indië schreef hij artikelen die werden gepubliceerd in Eigen Haard. Daarnaast heeft hij diverse uitgaven over zijn voorvaderen geschreven. Ik ben hem daarvoor erg schatplichtig!

 

5 Agneta Jacoba (1863-1863)

Overleden ‘aan ene ontsteking in de long’

 

6 Johan Carl (1864-1906)

Getrouwd met Hortense Josephine Marie van Dusseldorp (1870-1930), was hij directeur van de Assurantie Mij de Nederlanden van 1845 in Amsterdam. Ze kregen vier kinderen waaronder Paul Felix (1891-1975?).

Johan Carl is in januari 1884 naar Oost-Indië vertrokken. Reden?
Hij pleegt in 1906 zelfmoord in de duinen bij Velsen. Zijn vrouw Hortense pleegt in 1930 zelfmoord (evenals drie broers van haar in 1920, 1924 en 1926 – waarschijnlijk t.g.v. erfelijke ziekte die krankzinnigheid tot gevolg kan hebben). Info boek G.M. Couvée.

Paul Felix heeft bij Leen en Jaap van 1909/1910 tot 1911 gewoond. Daarna is hij naar Indië vertrokken; hij
werkte rond 1915 in Samarang en is in 1938 terug naar Nederland gekomen (eerst Den Haag, in 1939 naar Rotterdam, Vijverlaan 44). Nog checken: Is hij de oud voorzitter van de ANWB die een in memoriam in de Kampioen kreeg?

7 Emilie Constance (1868 – )

Getrouwd met Arthur James Eastcott (1872-1959). Rond 1915 was hij vice-consul van Engeland te Lugano. Ze kregen drie kinderen.

8 Alfred Rudolf (1869-1939)

zimmerman AR broer

Hij was getrouwd met Henriette Maris en o.a. burgemeester van Dordrecht (1899-1906) en Rotterdam (1906-1923).

Volgens Stadsarchief Rotterdam: ‘…. Als bestuurder was Zimmerman eigenzinnig en autoritair. Tot compromissen was hij zelden bereid. Dat bleek onder meer bij de bouw van het nieuwe stadhuis. Zowel bij de keuze van de locatie als de architect had Zimmerman een grote vinger in de pap. Ook drukte hij zijn stempel op de bouw van vliegveld Waalhaven, op de stadsuitbreiding westwaarts en de annexering van Hoek van Holland, en de aanleg van het Kralingse Bos…..’
Ze kregen drie kinderen.

9 Bertha Jacoba (1870-1905)

Bertha leidde in Laren een tehuis voor verwaarloosde kinderen.
In 1898 had ze een romance met psychiater en schrijver Frederik van Eeden, nadat ze bij hem onder behandeling was geweest. Van Eeden schrijft in zijn dagboek dat zij (bijgenaamd ‘Doffie’) ‘een wonderlijk wezen was, even onredelijk als genereus’.
Naast zijn kliniek en het schrijven, had hij de idealistische commune Walden in Bussum opgericht, waarvoor hij altijd op zoek was naar geld. Bertha heeft hem toen financieel gesteund (zowel met een maandelijks bedrag, als met de financiering van huize Cruysbergen). Maar de terugbetaling verliep wat stroef; haar broers hebben zich hiermee bemoeid…  Ook een zijweg :).

Frederik van Eeden door Jan Veth
Frederik van Eeden door Jan Veth

Daarna trouwde Bertha met schrijver Arthur van Schendel in 1902 (in Engeland en nogmaals in 1904 in Amsterdam). Maar lang heeft het geluk niet mogen duren: Bertha overleed op haar 34e.
Ze kregen twee dochters: Hubertina (1901-1990) en Bartje Suzanna (1903-1904), overleden aan TBC.